Covid

Ik was op bezoek en we zaten gezellig buiten in het zonnetje, het stel met een gezamenlijk overgewicht van plusminus 45 kg was in een goede stemming, ze rookte sigaretjes de een na de ander, want we zaten toch buiten!
Het gesprek kwam op Covid.
Hebben jullie je al laten inenten?
Ondertussen had hij een whisky ingeschonken, hij rook aan de whisky en zijn nee zeg, ik ben niet gek!
Zij kwam uit de keuken met een glas rode wijn en riep vanuit de deuropening. Ik laat niks in mijn lijf stoppen waar de werking op lange termijn niet bekend van is.
Ik nam een slok van mijn glas water en zij peinzend nee gek zijn jullie niet…

WordPress websites

Wordpress

Ik, wij maken websites (hf51.nl). Wij gebruiken geen WordPress of Joomla of welk ander kant-en-klaar concept ook.
Wij willen het helemaal zelf te maken.
De kant-en-klaar concepten zijn in de basis meestal gratis, maar als je meer wil dan moet je modules kopen, dat is het verdienmodel.

Niets aan de hand zou je zeggen, volgens ons wel. Het lijkt alsof het kant-en-klare concept zoals WordPress de nieuwe standaard is.
Wij hebben al verscheidene klanten gehad die niet met ons verder wilde. Opmerkingen als “U maakt het allemaal zelf!” "Maar kan die website dan ook hetzelfde als…"

Nou zijn wij in de gelukkige omstandigheid dat we het niet voor het geld doen, maar voor de uitdaging en het plezier van het ontwerpen. Ik doe de vormgeving, en mijn vriend en collega Arnold Fickweiler programmeert, hij programmeert bij voorkeur in een programmeertaal AMP, deze programmeertaal is gemaakt is Google. ( https://support.google.com/google-ads/answer/7496737?hl=nl )
Oh ja, bij WordPress kun je een module kopen die van de WordPress website een AMP Website maakt.

WordPress en alle andere kant-en-klare producten zijn te vergelijken met, als we het bijvoorbeeld over mode hebben het verschil tussen C&A of Dior. C&A is gemaakt om snel vervangen te worden. Haute couture is tijdloos.
Wij maken couture, bij ons koop je een concept, helemaal gestroomlijnd naar jou ideeën, tot op de millimeter. Om bij de modemetafoor te blijven het is een maatpak.

In memoriam Marianne

In memoriam Marianne

Ze zat op de bagagedrager van Willem. Een kleine fijn gebouwde zwartharige beeldschone jonge vrouw. Haar donkerbruine ogen gloeiden in haar ovale gezicht.

Een halfuur later zat ze bij mij achterop en had ik blijkbaar verkering.
Vanaf dat moment was er maar één keuze, haar keuze, zij koos mij.

Overweldigend was haar aandacht, als ze weg was leefde ze nog dagen in mijn lijf.

Spinnend deed ze zich tegoed aan mij. Ze verslond mij met huid en haar. Ze had nooit genoeg.

Eerst heb ik mij nog verzet. Het ene meisje na het andere meisje, soms wel twee meisjes tegelijk…
Zij vergaf mij, zei ze, dacht ik.

Ik was haar bezit, haar prooi! Ze gaf nooit op.
Ze heeft me gered van al die andere meiden en diversen genotsmiddelen.
Mijn drinkebroers werden weggekeken de rest van mijn vage kennissenkring deinsde terug voor haar vriendelijkheid.

Nadat ik 1200 zilverlingen per maand ging verdienen wilde zij een wonder. Op een mooie zondagmiddag in het zelfgemaakte bed werd het wonder een feit.

Mijn vader zag het als eerste. Is die zwarte panter zwanger? Ik antwoordde bevestigend. Waarom in godsnaam, vroeg hij...!

Wij verhuisden naar het huisje in het bos. In het bos was het koud en kil het leek er altijd winter. Ik metamorfeerde naar kostwinner. Ons wonder werd haar maankind.

De kostwinner keek toe, maar niet voor lang. Op een zondag liet hij alles achter. Een beetje gestorven ging hij verder. Het maankind leefde alleen nog in zijn dromen.

34 jaar later verrichte het maandkind samen met haar halve heksen zuster een mirakel. De kostwinner werd papa.

Verweesd en opgevreten door het onbenoembare vertrok de zwarte panter mokkend naar de eeuwige jachtvelden en daar vecht ze nu met haar grote gelijk.

Zo maar een mailtje

Zo maar een mailtje

Ik krijg vanmorgen een mailtje van het ziekenhuis of ik een afspraak wil maken. Waarvoor staat er niet bij.

Ik bellen.
Telefoniste: Ja dat gebeurt wel meer, dan stuurt het systeem zomaar een mailtje. Gek hè?!

Ik: Dat klopt niet hoor, volgens mij zijn jullie gehackt. Vorige week is er ook al een mailtje wat voor mij bedoeld was naar mijn zoon gestuurd, hij heeft de zelfde voorletter.

Telefoniste: Ja dat gebeurt wel meer. Het systeem maakt fouten.

Ik: Dat kan niet het systeem maakt geen fouten, mensen maken fouten.

Telefoniste: Ik zal het doorgeven. Klik!

Ze gaat het dus nooit melden, die muts...

Ede: 24-06-2020

Corona stompzinnigheid

Corona stompzinnigheid

Bij de tandarts, voordat ik naar binnen mag moet ik mijn handen ontsmetten, de baliemedewerker meet in mijn oor de lichaamstemperatuur. Daarna mag je de wachtkamer in.

Na mij komt een dame van mijn eigen leeftijd en die doorloopt dezelfde procedure. De stoelen staan netjes op 1,5 m afstand, wat mij betreft dus niet aan de hand.

De dame gaat zitten en zegt, ik ben toch zo klaar mee, met die corona onzin| Dat handen ontsmetten heeft geen enkele zin je moet namelijk eerst je handen wassen en dan ontsmetten.

De opmerking schiet mij volkomen in het verkeerde keelgat, dus ik val uit! U verkoopt totale onzin, het ontsmettingsmiddel is 70% alcohol en dus ontsmet met het wel!!!

Natuurlijk is ze beledigd en kijkt naar de grond.

Stilte!

Pfff. De stompzinnigheid! 

Ede: 24-06-2020

Doodsangst

Doodsangst

Het wordt 1000 keer per week gedaan. Maar nu gaan ze het doen bij mij. Een hartkatheterisatie. En meestal gaat het goed. Let wel, meestal. 

Mijn eerste infarct heb ik gemist. En het tweede heb ik met hulp van andere en een berg medicijnen kunnen voorkomen. Maar nu gaan ze kijken waar de obstructie zit. 

Ik heb doodsangst. Letterlijk en figuurlijk ben ik bang om dood te gaan. 

Toen mijn tweede infarct er aan zat te komen was ik erg rustig. Het leek alsof ik op een afstand naar mezelf lag te kijken. En tot mijn verbazing keerde ik langzaam terug tot de levende.

Nou ja, tot de levende? Je kan je natuurlijk afvragen of ik überhaupt ooit geleefd heb. De laatste 20 jaar heb ik er in ieder geval een ontzettende klerezooi van gemaakt. 

Getrouwd met een vreemde. We leefde de leugen zo goed en zo groot dat ik het wilde geloven. Stompzinnig!  Het zegt genoeg over mij, ik wilde geloven terwijl ik het niet deed... Of toch wel? 

Ze was te weinig, ze was nooit genoeg. Ik wist dat ze een vreemde was. Terwijl ik eeuwig op zoek was naar herkenning. De gelogen belofte verwekte drie kinderen. Mijn reden en mijn motivatie om te blijven. 
De heks die mij bezat heb ik groots en meeslepend tekort gedaan. Het spijt me! 

Bij tarot trek ik de laatste tijd alleen maar kaarten die gaan over vernieuwing.
Misschien ga ik dood. Maar waarschijnlijk niet. Waarschijnlijk gaan alle ingrepen, die nog gedaan moeten worden slagen. Toch heb ik...

Boos

Boos

Ik ben weer eens pisnijdig, woedend. Ik zie niets, alles is een waas. Ik ren de gang in. De donkerblauwe deur van de wc doemt voor mijn ogen op. Ik sla er een gat in. Mijn vuist bloed. Ik begin te schreeuwen.
Je lijkt op al mijn ex-vrouwen.
Ze schreeuwt wat terug, maar ik hoor haar niet. Ik geef nog een klap op de wc deur, weer een gat. Ze komt naar mij toe en ik heb de neiging om haar te slaan. De kinderen zijn nu ook wakker, misschien is de hele buurt van wakker. Het is laat, misschien wel te laat.

Donderstraal op teef, of ik sla je op je bek.

Ze loopt weg. We zijn dronken. De mist in mijn hoofd wordt minder. Er druipt bloed van mijn hand op de vloer. Ik loop weer terug achter haar aan naar de woonkamer. De bloeddruppels trekken een spoor op de blauwe gang vloer. Kleine rode eilandjes in een onmetelijke blauwe zee.

Ik sta in de deuropening, ze zit op de bank kwetsbaar in zichzelf gekeerd. 

Ik schreeuw. Je lijkt mijn moeder wel!

Nu wordt ze boos. Ik ben niet je ex vrouwen, ik ben niet je moeder!

Ik zeg niks, ze heeft gelijk.

Dan schenkt ze nog wat in. Het zoveelste glas. Ze schudt de fles. Hij is leeg. Ze pakt mijn glas en giet de helft van haar glas in mijn glas. 

Het verzoenende gebaar dempt mijn woede. 

Ze rolt zich op, de rug naar mij toegekeerd. Ik ga zitten.

Vriendinnen, ex vrouwen, mijn moeder! Ze lijkt op geen van allen. Leek ze maar op hen. Dat zou veel makkelijker zijn. Dan waren mijn verwijten terecht.

Dat mens

Dat mens

Gedachten druipen door mijn hoofd, je komt er aan en ik denk waarom, waarvoor. Ik heb je niets gevraagd. Ik ben slechts te gast. Een object zonder keuzes.

Toen ik je zag staan ... ik weet het niet. Toch moest ik naar je toe. Verloren als ik was.

Verloren hoe en waar. Elke keer, elke keer! Als ik je tegen kom ...

Ja dan gebeurt het.

Jij laat het gebeuren, iedereen heeft een keuze, ook jij. En ik snap niet waar om. Het kan niet het mag niet en ik wil het niet.

Je hebt gelijk, als je wegloopt, straks.

Wat!

Dan wil ik het ook niet. En toch ga ik terug.

Je kan altijd ophouden. Niemand zegt dat het moet. Gewoon ophouden. Je zelf zijn, en in de spiegel kijken.

De spiegel vertelt wat ik wil horen. Niet wat ik moet weten.

Onzin, complete onzin. Als iemand de waarheid vertelt dan is het wel de spiegel. Liegen is een gezelschapsspel. En niet een stom kaartspel wat je in je eentje kan spelen.

Ik speel nooit alleen, hoogstens tegen me zelf. Bij elke kaart die ik draai, verwacht ik de dood.

De dood zou voor jou een mooi nieuw begin zijn. Maar waarschijnlijk trek je een zwaard.

Opgehangen worden om opnieuw te beginnen. Dat lot wacht ons allemaal. Ook jij zal ondersteboven bungelen. En langzaam afsterven. Je hebt niet het eeuwige leven. Jouw lot is de eeuwige dood. Branden zal jij.

Daar gaan we weer. Mea culpa, mea maxima culpa. Het vagevuur is mijn thuis. Ik hoor bij de lang gestraften.

Volgens Johannes, is het nieuwe Jeruzalem alleen voor de 144.000. En volgens mij draag jij het getal van het beest met je mee.

Ik ben het beest. Ik heb jou gecorrumpeerd. Zes, maal zes, maal zes, heb ik jou bezeten.

Dat denk je maar, ik ben vrij. Totaal vrij. Elke keuze is van mij.

Trekvogels vliegen heen en weer. Hamsters verzamelen. En jij stapelt gelijk, op gelijk.

Zit jij in de jury dan?

Spiegels, gebroken spiegels. Splinters en fragmenten geven elke keer een stukje waarheid. Maar jij, jij ziet alleen de scherven. En niet waar ze voor staan. De enige reflectie die jij ziet in de scherven, je eigen wanhoop. Verlopen en verneukt aangetast door drank en nicotine, huil jij alleen nog maar je bedachte tranen. Want wat is er werkelijk. Denk je na echt dat alles wat jij bedenkt, waar is? Je volgelingen en discipelen kunnen alleen maar knikken. Je bedelt voor een aalmoes bij de rijken. En de zwakken pers jij uit tot een laatste stuiver. Ondertussen seks sublimerend met Oedipus. De ledigheid en het duivels oorkussen laten een slijm spoor achter als je loopt.

Je vergelijking gaat niet op. Oedipus wist niet dat hij zijn vader vermoordde. En zijn moeder had hij nog nooit gezien. Het enige wat voor hem telde was de overwinning.

Dat is precies wat ik bedoel. Maar ja, als je orakelt wordt het nooit begrepen. Mea culpa, mea maxima culpa.

Moeder aarde

Moeder aarde

Naar de klote voor mammon.
Gelukkig is moeder aarde instaat om steeds op nieuw te beginnen. Moeder aarde is niet te dik en ze drinkt niet. Toch is ze ziek en heeft ze elke ochtend een kater.

Ze wacht geduldig tot wij uit ons lijden zijn verlost en de enige winst een schone lei zal zijn.

Als een zwerm sprinkhanen zijn we door de tijd getrokken en hebben alles geconsumeerd wat er op ons weg kwam. Met een superieur gevoel en demagogische teksten hebben wij alles overwonnen. We denken zelfs dat de tijd aan onze kant staat.

Vroeger was het eeuwige leven een ideaal om voor te sterven. Wij sterven nu alleen nog maar om de zakken te vullen van de hyena's van het grote geld. Als zelfs begrafenisondernemers failliet kunnen gaan dan doen we toch echt iets verkeerd.

Van stof zijn we gemaakt en tot stof zullen wij wederkeren. 
Stof in je ogen. Het is een waarschuwing.

Ontmoeting

Ontmoeting

De deur ging open en haar glimlach trok door mij heen. We praten, drinken koffie. 
Zij schenkt mij de slechtste witte wijn die ik ooit gedronken heb. 

Ineens was het nacht, op weg naar de dag liet ik haar achter. Glimlachend reed ik naar huis, zij, mijn grote vergissing sliep.

Het kind uit haar schoot lag te wachten op mij. Hongerig dronk ze haar laatste voeding.

Ik had gehoord, gelezen over die totale vervulling. Maar ik geloofde er niet in. Het was iets voor boeken, liedjes en meisjes. Maar niet voor mij.

Coby

Coby


Ze hing daar naast me. Portretten en landschappen met een kleurgebruik als een fruitmand in staat van ontbinding. Direct en depressief, met wat ze later noemde haar eigen perspectief. Ik zag het gelijk, geen voorstudies, geen schetsen. Gewoon schilderen, gelijk beginnen, nat in nat. 
 
Ik had haar wel eens gezien, maar nooit had ik naar haar gekeken. Ze leek tamelijk grijs en saai. Maar haar schilderijen, onbedorven en kleurrijk. Bizar is ook een omschrijving. Een autodidact dus. 
 
De jaloezie kroop door mijn hart. Ik voelde het in mijn ballen. Dat kan ik nooit meer zijn. Dat was ik kwijt.
 
Mijn schilderijen, bedacht en met een beperkt kleurgebruik. Alles precies op de goede plaats. Ik met mijn voorstudies, die nu lagen te vereenzamen in een la. Magisch realisme dat was de stroming waar ik tot bekeerd was. Dalí, mijn grote voorbeeld schemerde door alles heen. Nauwgezet verbeelde ik mijn dromen en gedachten. Bevrijd van onkunde. Bedacht, beredeneerd, opgeleid. Jaren van basis oefeningen in kleur en vorm stroomden de zaal in.

En zij, ze schitterde als een regenboog die stoned is van LSD.
 
Ik ging naar haar toe, we lachte verlegen. De droom begon. Verloren was ik.

De kostwinner

De kostwinner

Wij verhuisden naar het huisje in het bos. In het bos was het koud en kil het leek er altijd winter. Ik metamorfeerde naar kostwinner. Ons wonder werd haar maankind.
 
De kostwinner keek toe, maar niet voor lang. Op een zondag liet hij alles achter. Een beetje verward ging hij verder.
Het maankind leefde alleen nog in zijn dromen.
 
34 jaar later verrichte het maandkind samen met haar halve heksen zuster een mirakel. De kostwinner werd papa. 
 
De zwarte panter spookte alleen rond in het bos waar het altijd winter was. Bij nieuwe maan hoor hij haar getergd brullen. Verweesd en opgevreten door het onbenoembare vertrok de zwarte panter mokkend naar de eeuwige jachtvelden en daar jaagt ze nu op haar grote gelijk.

Relaties

Relaties

Relaties zijn altijd een ingewikkeld avontuur geweest voor mij. Vooral met mannen. Ik begrijp niet veel van mannen ook niet van vrouwen, maar dat is een ander verhaal.
 
Ik geef niets om auto's. Ik vind grote, dikke tieten niet mooi, hoogstens lekker. De opvatting ‘mooi’, die dit soort mannen heeft komt niet overeen met die van mij. 

Over het algemeen vinden ze mij ook maar een watje. Dat ben ik dat ook.
Mijn eerste echte baan had ik als etaleur. Verdwaald tussen de homo's en andere watjes beleefde ik de tijd van mijn leven. Ik houd van koken. Bloemschikken vind ik geweldig. Winkelen kan ik het beste in mijn eentje. 

Toch ben ik ook die straatjongen. Vechten, drinken, stiletto's, inbraken en drugs. Twee werelden. Twee werelden die naast elkaar konden bestaan. Dronken en stoned keerde ik elke vrijdagavond terug naar mijn atelier. Waar de schildersezel en de tekentafel stond. 

Een veilige plek waar ik luisterde naar Elvis Presley en naar Tsjaikovski. Ik viel inslaap met de Mondscheinsonate. Een geheim leven dat geurde naar terpentijn en Gauloises sigaretten. 

In één of andere therapie moest ik een vertellen hoe ik mezelf zag.
“Sommigen vliegen in groepen; ik vlieg graag alleen.”

De man van mijn tante Annie was zo’n mannen-man. Groot, breed, altijd strak in het pak. Opgeklommen van technisch tekenaar tot directeur en uitvoerder. 

Omdat mijn tante en mijn oom zelf geen kinderen konden krijgen hadden zij besloten om mij op te voeden. Het meeste werk deed mijn tante natuurlijk. Liefdevol en met zachte hand bracht zijn mij naar mijn puberteit. 
Op zondag samen met G. B. J. Hilterman, probeerde mijn oom mij zijn normen en waarden bij te brengen. Ik begreep meer van de columns van G. B. J. op de radio dan van het geneuzel van mijn oom. Eén ding is me altijd wel bijgebleven, ik heb hem in ieder geval diep teleurgesteld. 

Ik kon niet goed leren. Ik was zeker niet matig. Ik had te veel vriendinnen en te veel ex-vrouwen. Op zijn sterfbed heeft hij mij in tegenwoordigheid van al mijn neven nog even heerlijk, de oren gewassen. 

Eén voorval is mij voor al bijgebleven. Ik zal een jaar of zes geweest zijn en wij waren op vakantie. En samen met mijn oom die veel te hard liep, renden wij door Tilburg. Ik kon hem amper bijhouden. Om gezien en gehoord te worden probeerde ik wat grapjes te maken. Hij hoorde mij niet, dacht ik. In ieder geval kreeg ik geen enkele reactie. Ongezien strompelde ik achter hem aan, om huilend ergens in een café bij mijn tante op schoot te eindigen.

Later op de avond toen iedereen dacht dat ik sliep, hoorde ik door de dunne muurtjes van het zomerhuisje mijn oom zeggen "dat kind is een zenuwenlijer", iemand anders, ook een oom geloof ik, riep met dubbele tong "let op mijn woorden: er komt niets van dat kolere jong terecht".

Natuurlijk hebben ze gelijk gekregen, want echte mannen gaan niet in therapie. Echte mannen huilen niet. Echte mannen doen niet aan reflectie. Echte mannen scheiden niet drie keer. Echte mannen gaan niet met verstandelijk gehandicapten werken. Echte mannen schrijven geen poëzie. Echte mannen eindigen niet alleen in één kamer met een schildersezel de geur van terpentijn. 

Tegenwoordig ben ik niet meer dronken en stoned, aan alle goeie dingen komt een eind, zoals mijn tante altijd zei. 

Ik draai nog steeds Elvis, en Tsjaikovski heeft plaats moeten maken voor Bach, maar deugen wil ik nog steeds niet. En ik weet zeker dat mijn oom nog steeds mijn levenswijze zou verafschuwen als hij nog leefde.

Toneeltekst 01

01. 'Want het gaat om de zonde van de vaderen, die bezocht wordt aan kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen' 

02. Bij voorbaat heb je als kind al gefaald. Is dat de schuld van één van je ouders? Of dragen allebei de ouders schuld?

01. Kopieert een kind alleen het slechte gedrag van één ouder? Of van beide ouders? 

02. Uiteindelijk zijn wij allemaal de som der delen en soms zijn we meer dan dat. Schuld is een begrip dat woekert. Het ondergraaft en het vernietigd alles wat het op zijn pad tegenkomt.
 
01. Mijn grootste strijd is altijd geweest om te worden wie ik ben en te voldoen aan mijn eigen verwachtingen. 

02. Het is de eeuwige strijd tussen het zwaard en de kelk. In die strijd ontdekken we onszelf.
 
01. Uiteindelijk worden we allemaal bezocht en bezeten.

02. Wanneer?

01. Als we de moede ogen sluiten en verdwalen in de kleine dood. 

Toneeltekst 02

 01. Ik zie je aankomen en ik denk waarom, waarvoor. Ik heb je niets gevraagd. Ik ben slechts te gast. Een object zonder keuzes.
 
02. Toen ik je zag staan ... ik weet het niet. Toch moest ik naar je toe. Verloren als ik was.
 
01. Verloren hoe en waar... Elke keer, elke keer! Als ik je tegen kom ...
 
02. Ja dan gebeurt het.
 
01. Jij laat het gebeuren, iedereen heeft een keuze, ook jij. En ik snap niet waarom. Het kan niet en het mag niet.
 
02. Je hebt gelijk.
01. Ja, loop maar weg!
 
02. …Toch kom ik terug.
 
01. Je kan altijd ophouden. Niemand zegt dat het moet. Gewoon ophouden. Je zelf zijn, en in de spiegel kijken.
 
02. De spiegel vertelt wat ik wil horen. Niet wat ik moet weten.
 
01. Onzin, complete onzin. Als iemand de waarheid vertelt dan is het wel de spiegel.
02. Hoe weet jij dat nou!
01. Liegen is een gezelschapsspel.
 
02. Een spel.

01. Ja.

02. Ik speel nooit alleen.

01. Jij speelt altijd tegen me zelf. 

02. Bij elke kaart die ik omdraai, verwacht ik de dood.
 
01. De dood zou voor jou een mooi nieuw begin zijn. Maar waarschijnlijk trek je een zwaard.
 
02. Of om opgehangen te worden om opnieuw te beginnen. 

01. Dat lot wacht ons allemaal. 

02. Ook jij zal ondersteboven bungelen. En langzaam afsterven. Je hebt niet het eeuwige leven. Jouw lot is de eeuwige dood. Branden zal jij.
 
01. Daar gaan we weer. Mea culpa, mea maxima culpa. Het vagevuur is mijn thuis. Ik hoor bij de lang gestraften.
 
02. Volgens Johannes, is het nieuwe Jeruzalem alleen voor de 144.000

01. Dus.

02. Jij draagt het getal van het beest met je mee.
 
01. Ik ben het beest. Ik heb jou gecorrumpeerd. Zes, maal zes, maal zes, heb ik jou bezeten.
 
02. Dat denk je maar, ik ben vrij. Totaal vrij. Elke keuze is van mij.
 
01. Trekvogels vliegen heen en weer. Hamsters verzamelen. En jij stapelt gelijk, op gelijk.
 
02. Zit jij in de jury dan?
 
01. Spiegels, gebroken spiegels. Splinters en fragmenten geven elke keer een stukje waarheid. Maar jij, jij ziet alleen de scherven. De enige reflectie die jij ziet in de scherven, is je eigen wanhoop. Verlopen en verneukt aangetast door drank en nicotine, huil jij alleen nog maar je bedachte tranen. Want wat is er werkelijk. Denk je nou echt dat alles wat jij je herinnerd, waar is?

02. Iedereen zegt dat ik gelijk heb.

01. Je volgelingen en discipelen kunnen alleen maar knikken. Je bedelt voor een aalmoes bij de rijken. Ondertussen seks sublimerend met Oedipus.

02. Je vergelijking gaat niet op. Oedipus wist niet dat hij zijn vader vermoordde. En zijn moeder had hij nog nooit gezien. Het enige wat voor hem telde was de overwinning.
 
01. Dat is precies wat ik bedoel. Maar ja, als je orakelt wordt het nooit begrepen. Mea culpa, mea maxima culpa.

Dronken

Dronken

Ik ben weer eens pisnijdig, woedend. Ik zie niets, alles is een waas. Ik ren de gang in. De donkerblauwe deur van de wc. Ik sla er een gat in.

Mijn vuist bloed. Ik begin te schreeuwen. Je lijkt op al mijn ex-vrouwen.

Ze schreeuwt wat terug, maar ik hoor haar niet. Ik geef nog een klap op de wc deur, weer een gat.

Ze komt naar mij toe en ik heb de neiging om haar te slaan. De kinderen zijn nu ook wakker, misschien is de hele buurt van wakker. Het is laat, misschien wel te laat.

Donderstraal op teef, of ik sla je op je bek.

Ze loopt weg.

We zijn dronken. De mist in mijn hoofd wordt minder. Er druipt bloed van mijn hand op de vloer.

Ik loop weer terug achter haar aan naar de woonkamer. De bloeddruppels trekken een spoor op de blauwe gang vloer. Kleine rode eilandjes in een onmetelijke blauwe zee.

Ik sta in de deuropening, ze zit op de bank kwetsbaar in zichzelf gekeerd. 

Ik schreeuw. Je lijkt mijn moeder wel!

Nu wordt ze boos. Ik ben niet je ex vrouwen, ik ben niet je moeder!

Ik zeg niks, ze heeft gelijk.

Dan schenkt ze nog wat in. Het zoveelste glas. Ze schudt de fles. Hij is leeg. Ze pakt mijn glas en giet de helft van haar glas in mijn glas.

Het verzoenende gebaar dempt mijn woede. 
Ze rolt zich op, de rug naar mij toegekeerd. Ik ga zitten.

Vriendinnen, ex vrouwen, mijn moeder! Ze lijkt op geen van allen. Leek ze maar op hen. Dat zou veel makkelijker zijn. Dan waren mijn verwijten terecht.

De eerste avond

De eerste avond

We zitten voor het raam, de maan komt op. Dit is onze derde nacht samen. Vervuld van elkaar, de tijd vergeten. De nacht verslagen door onze herkenning. We delen de fles sherry. De dood houd ons gezelschap. Intens zijn de verhalen. 
 
Elke geest die ons vergezeld is aanwezig. Jouw tranen en mijn tranen vermengd met zoete kussen. Zwevend gaan we naar bed om ons te laten opnemen door het ochtendlicht. Vochtig soezen wij in, nog steeds een.

Mannen gaan eerder dood.

Later, als ik sterf moet jij mij afleggen. Ik wil naakt begraven worden. Niet in een kostuum of iets anders, maar naakt. Waarom, omdat de dood net als een leven zonder jou alleen maar kan bestaan uit ijs. Voor het eerst van mijn leven voel ik niet de kilte van het naakte bestaan. Ik ben niet meer alleen. 
 
Jaren later, met wiet en wijn, alleen. Verzopen en verkilt overvalt het mij, ik zal eenzaam sterven. Zonder jou. Zonder ons. Nog een glas en een haal, huilend zweef ik weg, terug naar het naakte bestaan.

De eerste maandag van de maand

De eerste maandag van de maand

Elke eerste maandag van de maand herinnering ik onze trouwdag.
 
Die maandag zijn we om 9:00 in het gemeentehuis getrouwd. Gratis, alleen het trouwboekje kosten ƒ15.- Onze getuige waren een aantal medewerkers uit het stadhuis. In 10 minuten waren wij een echtpaar.

Het was markt. We gaan koffie drinken bij vrienden. Koffie met gebak.

Op weg naar huis, ging precies om 12:00 de sirene. 
Net als iedere eerste maandag van de maand. Het luchtalarm. Hoe toepasselijk voor onze relatie. Het leek wel oorlog.

De eerste 5 jaren heb ik in ieder geval genoten.
 
Jij was een schuilplaats, een thuis. Tomeloos heb ik van je gehouden.
Op weg naar het onvermijdelijke zijn we alles verloren. Ik jou, en jij mij. Wat we over hielden zijn drie kinderen en elke eerste maandag van de maand die huilende sirene.

schuld

Schuld

Het is licht, en de schuld kleeft aan mij.

Verloren loop ik in het niets. Verblind, bloedend en verlaten sta ik schuldig te kijken hoe de zon op komt.

Het gras knabbelt aan mijn voeten. Er staat een boom, zijn takken waaien dreigend mijn richting uit. Er is geen rust. Ik moet door, verder.

Ergens staat een kruis van blauw staal,waar ik mijn woede op kan spijkeren. Ergens is een afgrond waar ik in kan kotsen.

Moeder je ruikt naar zweet en het is mijn schuld. Al dat werken, alleen voor mij.
Stinkt angst?
 
Je het schuldige landschappen. Je hebt schuldige voorwerpen. Ik ben een schuldig kind.
 
De dood is geen einde, het is alleen maar een nieuw begin van verlangen. De opstanding is angst. De angst om opnieuw te beginnen. 
 
Als we opnieuw beginnen nemen we de schuld met ons mee.
Niets is ooit echt weg. Alles blijft.

Whisky en wiet

Whisky en wiet

Ineens kom ik terecht in een draaikolk met beelden uit het verleden. Ik verzet me  maar het helpt niet.

Ze komen allemaal langs één voor één. De goede en slechte herinneringen.

Ik haat het wanneer dit gebeurt. Je verkeert in een soort niemandsland. Je weet niet wat je voelt. Wat is werkelijkheid. 
 
Sommige beelden zijn zo vaag.
Er hangt een residu van een emotie aan... of een bekende geur?
 
Ribus, een prachtige struik met kleine paarse bloemen.

Ik was jong, erg jong. In mijn atelier stond een bloempot met daar in de takken van die struik.

Bij deze geur hoort muziek. Het eerste pianoconcert van Tsjaikovski.
Ik wisselde het af met een elpee van Elvis Presley. Mijn 2 enige elpees werden gedraaid op op een klein pickupje hij kon 45 toeren en 33 toeren. De luidspreker zat in de deksel.
 
Tsjaikovski heb ik later afgezworen en vervangen door bach. Elvis draai ik nog steeds.

Ik slaap droomloos tot aan de ochtend.

Het lekkerste ijsje ooit

Het lekkerste ijsje ooit

Ik zag haar aankomen, de voedingsassistente. Ik had al 2 dagen niet gedronken. Ik lag aan een infuus. Met katheter en morfine pompje.
 
Ik was net geopereerd. En ik voelde mij het doorgezaagde weesmeisje, uit de goocheltruc.

Bij een bypass operatie, zagen ze je borstbeen doormidden. Als ze dat gedaan hebben, sluiten ze je aan op een hart long machine. En dan maken ze je dood. Nou ja, niet helemaal dood. De hart long machine houdt de bloedcirculatie op gang. Vervolgens wordt je gekruisigd vastgebonden. Een ripspreider doet wat zijn naam al zegt. Ondertussen heeft een vaatchirurg een incisie in je rechterbeen gemaakt, ongeveer vanaf je enkel tot aan je knie. Hij peutert daar uit een stuk ader die je toch wel kan missen. Die ader wordt gebruikt voor de bypass. 
 
Zoals de chirurg bij het intakegesprek zei "eigenlijk moet je het zien als een kleine operatie". Niets bijzonders. 93 procent gaat perfect. Wij doen er 1800 per jaar. 
Ik moet zeggen niets dan lof voor de medische staf van het Sint Josef ziekenhuis in Nieuwegein. Een professionele organisatie. 
 
De voedingsassistente kende haar pappenheimers. 'Het is de tweede dag na de operatie, voor u nog geen eten.' En ze glimlachte er vrolijk bij.

Volkomen Lazarus van de pijnmedicatie knikte ik gedwee. Het interesseerde me geen ene moer, dat eten. Ik was zo stoned! In jaren was ik niet zo stoned geweest.

De morfine miste zijn uitwerking niet op mij. Ik begon op een gegeven moment een randje aan mijn werkelijkheid te zien. Als je veel opiaten gebruikt begin je te hallucineren. Aan de rand van mijn gezichtsveld vlogen beestjes, insecten. 
 
De voedingsassistente zei ik heb wel wat anders voor u, een heerlijke roomijsje. 

Er zweefde een gedachten door mijn hoofd, die riep, je houdt niet van ijs. Vertwijfeld stopte ik met zorg het eerste kleine hapje in mijn hoofd. 
 
Een symfonie van smaken scheurde door mijn lijf. De suiker gaf mijn verdoofde brein een moment van verlichting. De room was lekkerder dan de biest (de eerste melk die een koe geeft als ze gekalfd heeft) die ik ooit van mijn vader op de boerderij van een ver familielid te drinken kreeg. Wel zag ik de koe en het kalf in de schemer van de verste hoek van de zaal staan. Het familielid lachte op de gang. De geur van hooi, bloed en stront vulde mijn neus. Het door zweette Manchester pak van mijn vader was uitdrukkelijk aanwezig. Zweet, zware shag en bier. 
 
Smaakt het, vroeg ze? Ja hoor, best lekker. Ze ging naar het volgende bed. Met dezelfde ontroering die ik voelde toen ik dat pasgeboren kalfje aaide, at ik de rest van het ijsje op. Het lekkerste ijsje dat ik ooit gegeten heb.

Hartstilstand

Hartstilstand

Het was er stil, licht en sereen, ik voelde niets, er was geen heden er was geen verleden en geen toekomst. Ik. Zonder de bagage die normaal gesproken door mijn hoofd galmt. Mijn zuivere ik.

Ik heb geen idee hoe lang mijn hartstilstand geduurd heeft… Maar doodgaan op een intensive care lukt niet zomaar. 

De terugweg uit het licht was vreselijk. Ik leed ontzettende pijnen. Het licht werd vervangen door een rode dikke brij van bloed en mensen. Lichtrode en donkerrode mensen zonder achterlijf, ze zwommen tegen elkaar in. Bij iedere ontmoeting volgde een explosie van pijn in mijn borst. 

De stem van een zachte engel fluisterde een sonate van liefde in mijn oor. Het rode visioen ging over in een voorstelling die ik in mijn jeugd had gezien tijdens de catechismus les.

Ik was stoned, en niet een klein beetje, ik was ontzettend stoned. Ik heb in mijn hele leven behoorlijk wat drugs gebruikt, maar dit spande de kroon. Ik zag mezelf liggen met alle toeters en bellen die er op een intensive care zijn. Een gezette verpleegkundige boog zich over mij heen en fluisterde in mijn oor.

Ik zag mezelf liggen, er kwamen mensen binnen, de enige die ik kon onderscheiden was mijn jongste dochter, Johanna. Ik keek vanuit de rechter bovenhoek van de grote ruimte. Tegelijkertijd voelde ik in mijn lijf de angst van Johanna. 

Ik ben die lange nacht heen en weer gekropen van licht naar donker. Met mijn ogen kon ik niets zien, maar voor de rest zag ik alles. Mijn zonden, mijn fouten, mijn moeders, zusters en mijn vrouwen gevolgd door mijn kinderen.

Ik had van niemand afscheid genomen, dat was stompzinnig bij nader inzien. Het scheelde maar een haar of ik was…

Mijn eerste grote liefde gaat hemelen, zij heeft geen keuze het doodvonnis is onherroepelijk. Mijn oudste kind wordt wees. 

Sterfelijk zijn is niet erg, dood gaan wel. De weg naar het licht heeft zo zijn eigen dynamiek. Afscheid nemen hoort daarbij, net zo goed als vergeving

Silla

Silla

In die tijd geloofden wij zeer. Mijn tweede vrouw en ik. We lazen de bijbel voor het eten. Zwanger als we waren stuitten wij op Genesis 4:19.
 
De zoon van Metusaël, een afstammeling van Kaïn. Hij was de vader van Jabal, Jubal en Tubal-Kaïn. Zijn vrouwen heetten Ada en Silla of Zilla. 
 
Silla/Zilla = צִלָּה "schaduw"

De naam van mijn 2de kind was bekent. 
 
Nu te oud met de dood in de ogen zijn we allemaal samen.

In memoriam Marianne

In memoriam Marianne

Ze zat op de bagagedrager van de fiets van een van mijn vrienden. Een kleine fijn gebouwde zwartharige beeldschone jonge vrouw. Haar donkerbruine ogen gloeiden in haar ovale gezicht.
 
Een halfuur later zat ze bij mij achterop en had ik blijkbaar verkering.
Vanaf dat moment was er maar één keuze, haar keuze, zij koos mij.
 
Overweldigend was haar aandacht, als ze weg was leefde ze nog dagen in mijn lijf. 
 
Spinnend deed ze zich tegoed aan mij. Ze verslond mij met huid en haar. Ze had nooit genoeg. 
 
Eerst heb ik mij nog verzet. Het ene meisje na het andere meisje, soms wel twee meisjes tegelijk…

Zij vergaf mij, zei ze, dacht ik.
 
Ik was haar bezit, haar prooi! Ze gaf nooit op.
Ze heeft me gered van al die andere meiden en diversen genotsmiddelen.
Mijn drinkebroers werden weggekeken de rest van mijn vage kennissenkring deinsde terug voor haar vriendelijkheid.
 
Nadat ik 1200 zilverlingen per maand ging verdienen wilde zij een wonder. Op een mooie zondagmiddag in het zelfgemaakte bed werd het wonder een feit.
 
Mijn vader zag het als eerste. Is die zwarte panter zwanger?

"Ja."

Waarom in godsnaam, vroeg hij...!

Lakens gedroogd in de zon

Lakens gedroogd in de zon

Alleen mijn neus is koud, die steekt uit boven de dekens. Ik ruik de wind en de zon in de lakens. Vertrouwde geluiden klinken uit de keuken beneden. De geur van warme sinaasappelsap met suiker prikkelt mijn neus. Vol verwachting hunker ik naar haar aanraking, ik weet dat ze zo naar boven komt. Met een glas vol warme zoete sinaasappelsap. Ze zegt dan, “daar slaap je lekker op”.
 
Dit beeld uit mijn jeugd raak ik nooit meer kwijt. En iedere keer als ik lakens gedroogd in het zonlicht ruik dan komt ze langs, mijn tante. De zachte hand die teder door mijn haren strijkt. Ze stopt me toe en zegt welterusten. Als een geest schrijdt ze weg, het donker in.
Bemind val ik inslaap. 
 
Als ik aan ons denk dan ruik ik nicotine, alcohol en angstzweet.
Stompzinnig dat we het zover hebben laten komen.

Na een 2 jaar van therapie en reflectie begrijp ik mijn aandeel.
 
Wat rest is een vage droom en een flauw vermoede. Wij samen, slapend,hand in hand tussen de zon gedroogde lakens.

Bypass

Bypass

Alles is rood. Ik mis je, tot op het bot. Waarom sta ik hier alleen. Waarom ben je niet bij me. Ik wil je vasthouden, ik wil je voelen. Straks ben ik bijna dood. 
 
Alles is rood. Ik hoor jou, je komt binnen. Samen met de jongste. Een pijn vernieuwt mij in de nacht. Mijn jongste schreeuwt en is rood. Ik zoek je. Waar ben je. Ik mis je, ik hou van je. 
 
Alles is rood. Mijn tweede kind te blond om waar te zijn. Ze zit op schoot en trekt aan mijn sik. Schaduwen zwemmen tegen de stroom op. Mijn oudste huilt stil. Ik hou ook van jou. 
 
Alles is rood. Mijn enige geboren zoon wil ingrijpen. Rookt zichzelf een oordeel. Machteloos verloren, zonder delen. 
 
Alles is rood. Mijn middelste kind stikt, in een niemandsland van gisteren. Vertraagd komt de klap. 
 
Alles is rood. Ik zie je. Ik voel je. Ik sterf weer. 
 
Alles is rood. Totaal lazarus. 
 
Alles is…

Pijnbomen

Pijnbomen

Eric Clapton scheurt uit de boxen, 
het ruikt naar terpentijn en olieverf. 
De dromen zijn gestold tot beelden. 
Mijn tranen vergoten bij jou. 
Drie keer gebroken. 
Drie keer opgestaan.
Zelfs de dood, voor het moment bedwongen.

Levend hout dat bloeit in de lente. 
Sterven zal ik, branden zullen wij in de herfst. 
Dood hout is het laatste van het leven. 
Warmte voor ons gebroed verschaffen, is onze toekomst.

Rugzak

Rugzak

Naar de mediamarkt. Onze mediamarkt daar daal je in af. Hij ligt op gelijke hoogte met een parkeergarage. Het is helder verlichte maar toch krijg je het gevoel dat je diep onder de grond ben. Ik kom er niet graag. Maar soms moet het. 
 
Een of ander mens aan de balie roept "meneer! Wilt u rugzak in een kluisje doen!" 
 
Nee!! 
 
Ik loop door naar de Dvd’s. En ik kan niet vinden wat ik zoek. Ik wil teruggaan. Komt er een slecht geschoren man aan, in een beduimeld uniform. Beveiliging. Zijn overhemd staat open en zijn stropdas zit scheef.
Hij is een beetje rood aangelopen door gebrek aan conditie. 
 
Mag ik me even voorstellen! 
 
Nee! 
 
Het slecht zittende kostuum verspreidt mij de weg. En komt zo dichtbij dat ik hem kan ruiken. 
 
Fout! Adrenaline spuit door mijn aderen. 
 
Dus ik mag mij niet voorstellen, zegt hij agressief. 
 
Ik zeg kalmerend, ik wil graag naar buiten. Het ongeschoren hoofd komt nog dichterbij. 
 
Waarom mag ik me niet voorstellen! 
 
Wil je een pepermuntje? 
 
Hoezo? 
 
Je stinkt uit je hoofd! 
 
Ik zie wat rode vlekken in de te dikke nek komen! 
 
U bent verplicht om te doen wat het personeel tegen u zegt. 
 
Waarom zou ik. 
 
Ik loop door hem heen. Struikelend gaat hij opzij. 
 
We zijn nu ondertussen aan gekomen bij de uitgang. Ik draai me om. 
 
Dat staat in onze algemene voorwaarden. 
 
Dus? Zeg ik uitdagend. 
 
Daar moet u zich aan houden, anders krijgt u een winkel ontzegging. 
 
Nou graag. Nu! Op papier aub. 
 
Ondertussen heeft hij geen vlekken meer in zijn nek maar is hij knalrood.
Ik zie zijn behoefte aan nicotine groeien met de seconde.

Nu vind ik het zielig worden. Ik voel in mijn zakken.
Hij doet twee stappen achteruit.

Ik vind het rolletje pepermunt en houd hem dat voor. Hij schudt triest zijn hoofd, ik loop naar buiten.

Cilia

Cilia

Laten wij eten en drinken want morgen sterven wij. 
Gestorven ben ik al en net als Lazarus weer opgestaan uit de dood. Al meerdere keren zelfs.
 
Elke dag is voor mij een nieuw begin. Een nieuw moment om te leven en te sterven.

Ik heb een aversie gekregen voor negatieve energie.
Ook heb ik een hekel aan gedachten die zoveel aandacht vragen dat ze het moment gaan beheersen. Ik doe er niet meer aan mee. Waarom zou ik. 
 
Ik heb geen geld, en ik zal nooit meer geld hebben. En toch, ben ik gelukkig. Gelukkig met mijn liefste. Een relatie die nog steeds groter groeit. 
 
Samen zijn heeft wat mij betreft een nieuwe dimensie gekregen.
Geen enkele andere relatie kan in de schaduw van deze staan. 

Vrouwen hebben mij van alles gegeven, vijf kinderen, hun hart en ziel, hel en verdoemenis en de schuld. 
 
Cilia brengt mij samen. 
Sommige dingen worden steeds minder. 
Wij worden steeds meer. 

Haring in tomatensaus

Haring in tomatensaus

Ik ruik terpentijn, verf en sigarettenrook, het is doodstil in het atelier. De kanarie zingt af en toe naar het zonlicht. Jij zucht, als het moeilijk is. Geen tijd, geen mens, alleen maar het stugge doek en de weerbarstige verf.

Ik verander Cor mijn model in een Judas.
Jij schildert je zelf zittend op een kruk in de zee.
 
Judas is later gesneuveld in een van mijn destructieve woedeaanvallen. Ik was weer eens boos waarschijnlijk op mezelf. 

Mijn onvermogen om duidelijk te maken dat ik je niet wil verliezen maakt mij stapelgek. Jou onvermogen om mij te horen, doet de razernij toenemen. Ik wil je niet opgeven. Ik kan je niet opgeven. Toch was ik je al kwijt. Ik wist het alleen niet. 
 
Judas was een goede keus indertijd dat ik hem schilderde. Alles had ik achter gelaten om met jou te zijn. Het was mijn keuze om jou te volgen. Ook al wist ik dat het niet goed was. Maar net als Judas kon ik geen weerstand bieden aan de schitterende glinstering van de zonde die schijn van vervulling had.
 
Je kreeg toen nog gewoon les. Ik leerde je hoe je een palet moest samen stellen. Perspectief en positie van het onderwerp. Maar ik leefde de leugen. Wat moesten we.

Mijn therapeut zei: 'deze vrouw lijkt in ieder geval niet op je moeder.' Jouw therapeut zei: 'je bent er niet klaar voor.'
 
Ik spoel mijn penselen uit en zeg, wil je ook wat eten. Brood met haring in tomatensaus. De telefoon jengelt.
 
Aangekomen zie ik haar huis onder het bloed, ze zit versteend op de bank met een door gesneden pols, het bloed gutst er uit. Waar is ons kind? Die ligt boven te slapen. Ik ga kijken, ze is ongedeerd. Als ze verbonden is bel ik de ziekenauto.
 
Nu bezit ik niets meer. Alles is weg.
Ook schilderijen die ik toen gemaakt heb, ze hebben ons huwelijk niet overleeft. Een voor een heb ik ze kapot geslagen.
 
Het schilderij dat jij in de zee zit bestaat nog wel.

Een goede herinnering

Een goede herinnering

Zwetend, mopperend en tierend ga ik door mijn huis. Ik ben mijn portemonnee kwijt. Ik heb hem vast verloren, al mijn bankpasjes  zitten er nog in. O mijn God. Nu heb ik het voor elkaar. Stomme zak. Rampspoed en ongeluk overkomen mij.

Ik ben in zak en as. Voor mijn geestesoog verschijnt mijn ex-vrouw Coby, ik huiver.
De verschijning zegt "Waar heb je hem voor het laatst gebruikt?"
 
Gelukkig, is dit een van haar betere optredens. Deze keer draagt de verschijning mij geen kwaad hart toe, maar helpt mij, zoals ze zo vaak in dit soort situaties tijdens ons huwelijk gedaan heeft.

Ik weet in eens maar de portemonnee is.

Corvus

Corvus

De verwachte mededeling kletterde op de keien. 
Toch voelde Corvus zich gekwetst door de schuchtere boodschap. Ze kon er niets aan doen dat wist hij, maar toch. 

Gekomen was hij om te helpen en niet om te brandschatten.
Het middelste kind op de drempel van begrip droeg haar bezit zelf naar binnen. 
Weer eens was zij opgeofferd op het altaar van de zelfverheerlijking van de moeder van smarten.

Corvus daarentegen realiseerde zich dat het geen pas had om de schrijn waar de heilige Martinus wordt aanbeden te betreden. Hij zou het tempel kunnen ontheiligen waar de geest van Bacchus welig tiert. 

De moeder van smarten is een veilige haven.

Behalve als je oversteekt naar de andere kant. De vraag is, wie betaalt de veerman? Een beetje sterven doe je tenslotte samen.

Gestorven zijn wij allemaal, maar de vijf, het zaad, vaart nog steeds besluiteloos in rondjes terwijl de 3 moeders van smarten aan de kant staan te roepen. 

De veerman grijnst en houdt zijn hand op.

Corvus vliegt op en ontlast zich in de styx. Hij heeft al betaald.

Blond

Blond

MSN.
Mijn een na oudste dochter. Studeert in Groningen. 
Ze is meestal blond.
“Mijn computer heeft geen geluid” 
Zucht, windows xp, configuratiescherm, apparaat beheer, geluid voor spelletjes etc. 
Achterdochtig zegt ze . “Hoezo ?” 
We gaan ff je geluidskaart weggooien. 
“Ik ben er wat nu?” 
Geluidskaart deleten. 
“Dat kan niet goed zijn.” 
Hoezo. 
“Dan doet hij het niet meer en ben ik hem kwijt!!” 
Neeeh doe nou maar, daarna op nieuw opstarten. 
“Oké … Oh hij gaat de geluidskaart op nieuwe installeren.” 
Zucht, ja… 
“Nou ik heb nog geluid hoor, heeft allemaal niks geholpen.” 
Dan weet ik het ook niet. 
… 
Hij doet het, ik was vergeten de stekker van de subwoofer er in te doen. 
...
Zo als ik al zij, meestal is ze blond. 

WC

WC

Wij hadden toen we in ons eerste huis kwamen wonen geen wc. In de tuin stond een huisje daar in een ton. In de deur was een hartje gezaagd. Waarom? Waarom een vierkante meter die naar stront stinkt versieren met een hartje.
 
Na een paar maanden kregen wij riolering. Ik weet nog dat de gang opengebroken werd en de riolering er in werd gelegd. In die gang waar ook de voordeur zat was een kast. En die kast die werd gebombardeerd tot wc. Natuurlijk was er in die kast geen ventilatie, dus wij zetten de deur op een kier met een klein haakje als wij onze behoefte deden.

Iedere ochtend werd ik als ik uit bed kwam getrakteerd op de geur van stront, koffie en zware shag. 
 
Mijn vader rookte zware shag. Voor dat hij naar zijn werk ging rookte hij drie sjekkies. Samen met de 2 koppen koffie genoeg om zijn darmen aan de gang te zetten.

Later heeft hij in die kast op een lampje gemaakt, geweldig, nu kon ik er de Donald Duck lezen terwijl ik er mijn darmen ontlasten.
 
Minder goede herinneringen heb ik aan de ongesteldheid van mijn zusters en moeder die waren namelijk altijd na elkaar of gelijktijdig ongesteld, de kuddedieren!

Er stond dan een zinken emmer met deksel. Ik zal de geur die uit die emmer kwam nooit vergeten. 
 
Toch was de geur van de ton met stront veel erger.

Iedere maandagmorgen kwamen er twee mannen die onze stront meenamen. Omdat onze tuin geen achteringang had werd de ton door de keuken, de woonkamer, en de gang naar de straat gedragen. En op een paard en wagen gezet. Zomer en winter werd er dan gelucht, alle ramen en deuren tegen elkaar open, zo blies er iedere week een frisse wind door ons leven. 

Die frisse wind ging verloren door de riolering.

Agressie

Agressie

Ik loop in de Albert Heijn en luister muziek van mijn Ipod. Ik ben redelijk goedgemutst om dat alles meezit. Nadat ik gezocht heb in een flink aantal zakken vind ik het muntstuk van 50 eurocent voor het winkel wagentje. Ondertussen begint Stevie Ray Vaughan te schreeuwen dat de hemel aan het huilen is. Al swingend doe ik een stap achteruit, ik stap op de tenen van een zeer aantrekkelijke blonde dame van pak hem beet een jaar of 32. Ze kijkt mij vernietigend aan. Ik kijk onschuldig terug en mompel muts.
Een beetje te dikke man gekleed in joggingpak met verkeerde gympies van dezelfde leeftijd als de aantrekkelijke dame komt agressief op mij af.
Hij maakt zich breed en roept iets tegen mij.
Ik vind dat dit het moment is om de dopjes van de IPod uit mijn oren te halen. Hij doet twee stappen naar voren en ik denk "eerst het strottenhoofd en dan zijn ballen, wanneer hij in mekaar zakt schop ik hem tegen zijn hoofd."
Mijn therapeut zit op mijn schouder en roept heel hard, waarom?
Ik denk, ja waarom. Dus ik zeg, wat is er nou?
Ondertussen trekt de aantrekkelijke jongedame aan de iets wat te dikke man "niet doen Willem, hij is het niet waard".
Met een geroutineerd gebaar schudt hij de aantrekkelijke jongedame van zich af.
Je was ontzettend onbeschoft tegen mijn vrouw. En hij doet nog een stap naar voren.
Ik blijf staan.
Ik zei alleen maar "muts"!
Ja dat wel maar je zei het op een manier...
Ik realiseer me dat ik het waarschijnlijk geschreeuwd heb. De IPod stond nogal hard...
Mijn agressief vloeit de aarde in. Ik steekt hand uit en zeg " sorry, mijn fout".
Het angstige kleine meisje, waarvan ik vermoed dat het zijn dochter is en de aantrekkelijke dame kijken mij dankbaar aan. Ik zie zijn agressief in rook opgaan. Wij schudden handen en lopen door.
De therapeut op mijn schouder glimlacht tevreden.

Depressie

Depressie

De zoveelste wachtkamer, ze hebben mijn lijf overhoop gehaald. Ik ben letterlijk en figuurlijk doorgezaagd. Ondanks alle pillen voel ik mij niet goed. Op naar de volgende dokter.

Ik word opnieuw doorgezaagd en de diagnose is post traumatische stress stoornis en een flinke depressie. En degene met de zaag zegt dat zonder te knipperen. Godverdomme, een depressie, hoe is het mogelijk. Onbegrijpelijk toch. Ik bedoel, waarom zou je een depressie krijgen. Nergens voor nodig toch.
De man met de zaag zegt "het is logisch dat u een depressie hebt".

Logisch? Ik leef nog, ik was dood. Ik zou blij moeten zijn. Ik doe het nog. Maar ik ben niet blij. Het is grauw en grijs.

In mijn dromen wordt ik achtervolgd door een man met een kettingzaag. Of ik lig vastgebonden op een bed en zij zit bovenop me.

Als je ziek ben dan ben je niet van je zelf. Je raakt verdwaald in de opinies en de diagnoses. Je bent, een nummer, een verzameling papiertjes met notities van verschillende doktoren. Ik wed dat mijn cardioloog mijn echo’s uit 10 andere Herkent. Maar mijn kleur ogen? ...
Als ik met hem praat kijk hij niet naar mij, maar naar zijn papieren.

Wat een klerezooi, heb je eindelijk dat klote huwelijk achter je gelaten. En is het lukt om af te kicken van het roken. Na een barre onthouding zijn mijn leverfuncties weer op een gezond niveau.

Krijg ik stiekem ook nog een stil infarct. Om vervolgens een luidruchtig bijna infarct te krijgen. Zoals ik al zei, een klerezooi.

Ik kan er niet over uit, Henk, mijn ex zwager is dood en ik leef. Terwijl hij eigenlijk een veel beter mens was. 

Ik depressief? Volgens mij valt het wel mee.

Het goddelijke koppel

Het goddelijke koppel

Ik weet nog dat we samen in bed lagen. In elkaar gevouwen, verenigd als één. Jij was ik en ik was jij. In slaap vallen en wakker worden samen in dezelfde houding. Meedraaiend in de nacht. Er zat geen licht tussen. Wij waren het licht. Het goddelijke koppel. De ultieme symbiose.

Slordig werden wij op een ochtend wakker, opgenomen door de chaos van de dag. 

Ons bed te klein voor onze ambities. Een metamorfose van Janis naar Kali en Narcissus. Vervallen tot kannibalisme schrokken wij alleen nog Anima en Animus.

Gescheiden, verdronken kijk ik terug. Gelaafd in bloed en alcohol. Verlaten in angst breekt de spiegel.

Onze kinderen, verwrongen en verweesd, spoelen aan op het strand van de nacht. Wiet en wijn is hun erfdeel.

Ik weet nog dat ze samen in een bed lagen.